En wat ligt Teigetje daar te doen?
Winnie is enthousiast, Teigetje heeft z'n bedenkingen
Het Terracotta Leger van Xi'an
Het syndroom van Asperger is een
pervasieve ontwikkelingsstoornis en een aandoening binnen het autistische
spectrum. Het belangrijkste verschil met autistische stoornis is dat mensen met
het syndroom van Asperger geen vertraagde taalontwikkeling hebben. Verder treedt
bij autistische stoornis veel vaker een comorbide geestelijke handicap op dan
bij het syndroom van Asperger. Het onderscheid tussen het syndroom van Asperger
en zogenaamd hoogfunctionerend autisme (HFA) is
omstreden.
Geschiedenis
Het
syndroom is vernoemd naar de Oostenrijkse psychiater en kinderarts
Hans Asperger die hier in 1944 een proefschrift over schreef. De term syndroom van
Asperger (Asperger's Syndrome - AS) werd voor het eerst gebruikt door Lorna Wing
in een medische publicatie in 1981. De psychiatrie gebruikt de
term stoornis van Asperger, wat door personen met Asperger als storend en
oncorrect wordt ervaren.
Kenmerken
Het overgrote merendeel van de
wetenschappelijke informatie die beschikbaar is over het syndroom van Asperger
heeft betrekking op kinderen. Over de wijze waarop het syndroom bij volwassenen
tot uitdrukking komt, beschikken we momenteel meer over vermoedens dan harde
feiten. Men veronderstelt dat de meeste mensen met het syndroom van Asperger op
den duur leren omgaan met de symptomen
(d.w.z. punten waarop ze van anderen
verschillen).
Aangezien geestelijk handicaps bij mensen met het syndroom
van Asperger veel minder voorkomen dan bij mensen met autistische stoornis zijn
ze vaak in staat om een zelfstandig leven te leiden en hoeven doorgaans niet hun hele
leven in een begeleide woonvorm of instelling te verblijven. Wel belanden ze
(als kind of puber) nogal eens in het speciaal onderwijs, hoewel aangenomen
wordt dat de meeste Aspergers gewoon regulier onderwijs volgen. Ze hebben een
gemiddelde tot hoge intelligentie, waarmee ze hun problemen op den duur tot op
zekere hoogte kunnen compenseren, maar de sociale omgang blijft voor hen meestal
een zwak punt. Omgangsvormen die voor anderen vanzelfsprekend zijn, zijn voor
mensen met het syndroom van Asperger vaak wereldvreemd en het is soms moeilijk
voor hen om uitingen van emoties op een correcte manier te interpreteren. Zo is
het voor hen bijvoorbeeld soms (maar zeker niet altijd) moeilijk in te schatten
of iemand iets als grap bedoelt of juist serieus. Het tonen van de eigen emoties
gaat soms ook zeer moeizaam. Deze problemen dragen ertoe bij dat mensen die aan
het syndroom van Asperger lijden vaak maar weinig vrienden hebben.
Het is
echter niet geheel waar dat mensen met het Aspergersyndroom zich niet of
nauwelijks in een ander zouden kunnen verplaatsen. Ook mensen met Asperger
kunnen met iemand meeleven, zich in de gedachten van een ander verplaatsen, enz.
Wel waar is, dat ze niet altijd goed kunnen handelen naar dat inlevingsvermogen.
Niet altijd weten ze hoe ze duidelijk kunnen maken dat ze iemand begrijpen,
emoties herkennen, enz. Dat wekt bij de andere partij vaak de indruk dat ze
weinig of geen invoelingsvermogen hebben.
Net zoals bij andere
autistische stoornissen, kunnen mensen met dit syndroom zich vaak volledig van
de buitenwereld afsluiten en zich bijna obsessief bezighouden met de eigen
interesses. Soms leidt dat tot opmerkelijke resultaten: beroemdheden als Albert
Einstein, Salvador Dali en Leonardo da Vinci
hadden, naar men nu denkt, mogelijk ook met het syndroom van Asperger en zouden
dan juist de voordelen van de aandoening benut hebben.
Voor mensen met
het syndroom van Asperger kan het moeilijk zijn om een gesprekspartner recht in
de ogen te kijken, waardoor zij soms als ongeïnteresseerd worden bestempeld, ook
als zelfs het tegendeel het geval is. Een andere uiting van het syndroom kan de
drang tot herhalende bezigheden zijn. Het hoeft voor mensen met het syndroom van
Asperger bijvoorbeeld helemaal niet ongewoon te zijn vijf keer op een avond uit
bed te stappen om de handeling van
het controleren van de voordeur te doorlopen. Of ze kunnen bijvoorbeeld de
neiging hebben altijd precies dezelfde levensmiddelen te kopen en daarbij
precies dezelfde route door precies dezelfde supermarkt te nemen. Deze
neigingen tot herhaalgedrag komen mogelijk voort uit een sterkere behoefte aan
structuur en gelijkheid en het willen vermijden van onverwachte en spanning
gevende situaties.
Vaak weten ze bijv. ook niet hoe hard ze praten.
Mensen met het syndroom kunnen bijv. wanneer ze in een openbare ruimte met
iemand in gesprek zijn, opeens heel erg hard gaan praten. Zij hebben dit zelf
niet echt door. Ook praten ze vaak door als iemand anders aan het woord is. Het
komt niet bij hen op om te bedenken: 'Iemand anders is aan het praten, moet ik
nu niet stoppen?'. De stelling 'Ik moet mijn verhaal afmaken' overheerst de vraag 'Moet ik stoppen met
praten'. Vaak heeft dingen zeggen als 'Ik ben aan het woord', 'Mag ik even?' en
'Doe je dat thuis ook?' weinig zin. Wanneer je heel erg duidelijk maakt dat je
wilt dat ze stoppen met praten, doen ze het pas.
Soms (maar lang niet
altijd) hebben mensen met Asperger ook enigszins problemen met hun motoriek. Dit
kan bv. soms zichtbaar zijn tijdens de gymlessen of bij bepaalde sporten. Ze
maken dan bv. onhandige, rare, ongecoördineerde, houterige of overdreven
bewegingen. Tijdens voetbal hebben ze vaak moeite
om de bal goed te richten en tijdens basket- of handbal hebben ze vaak moeite
om de bal krachtig genoeg te werpen. De bal vangen/aannemen lukt ook niet
altijd. Hierdoor kunnen ze soms worden uitgelachen door anderen en zijn ze
kwetsbaarder voor pesterijen. Vaak worden ze ook als laatste gekozen. Er zijn
maar weinig mensen met Asperger bekend die echt uitblinken in
(coördinatie)sporten. Ze maken soms ook hele verkrampte bewegingen om iets voor
elkaar te krijgen (bijv. iets pakken wat heel hoog ligt en waar ze maar nèt
bijkunnen). In enkele gevallen kunnen mensen met asperger bijvoorbeeld niet
netjes eten. Mensen met asperger kunnen ook (erg) perfectionistisch
zijn.
Extreem mannelijk gedrag?
Rond 2004 woedde een discussie rond de
vraag of het Asperger Syndroom een uitvergroting kon zijn van het mannelijke
standaardgedrag. In dat geval zouden alle mannen een beetje Asperger hebben. Zij
zouden van nature geneigd zijn zich op technische details en resultaten te
richten en minder op contact en samenwerking. Er zou dan sprake zijn van een
glijdende schaal van mannelijk gedrag naar Asperger. De kwalificatie "extreem
mannelijk gedrag" kwam echter niet overeen met de werkelijkheid bij de meeste
mensen met Asperger. De theorie leek daarmee op losse schroeven te
staan.
De vraag berustte echter op een verkeerde interpretatie van de
"Extreme male brain" theorie van Simon Baron-Cohen. Deze theorie veronderstelt
bij mensen met dit syndroom een extreme vorm van mannelijke intelligentie, niet
van mannelijk gedrag. Het gaat daarbij met name om een uitwerking van de "E-S"
theorie (eveneens van Baron-Cohen) waarbij "systematiseren" en "empathiseren"
worden beschreven als twee polen in de menselijke
intelligentie. De meeste vrouwen zouden meer empathiseren (invoelen/meevoelen),
de meeste mannen meer systematiseren. Dit zou berusten op een afwijkende
hersenstructuur. De "Extreme male brain" theorie borduurt hierop voort en
veronderstelt dat mensen met Asperger sterk systematiseren en zwak empathiseren.
De resultaten van kleinschalig onderzoek ondersteunen de theorie, maar bewezen
is deze nog zeker niet.
Een andere theorie veronderstelt een extreme vorm
van mannelijk gedrag veroorzaakt door socioculturele factoren in plaats van
biologische. Het zou gaan om een automatisme dat interpersoonlijke maatstaven
hanteert en toepast in het eigen gedrag. Het meest aanvaarde en mannelijk gedrag
wordt automatisch eigen gemaakt, om het besef van 'het anders zijn' te
compenseren. De 'hyper-awareness' valt automatisch positief aanvaarde kenmerken
op, welke voortgestuwd worden door een bepaald perfectionisme. Eigenlijk zijn
mensen met Asperger nooit zichzelf, doordat ze zich voortdurend naar eerder
aangenomen normen gedragen. De betreffende informatie wordt ingegeven
(intuïtief) vanuit het onderbewustzijn, en is intuïtief gedrag (doen zonder na
te hoeven denken, maar wel naar eerdere gedachtengangen) te noemen.







